Erwin (57) heeft al 30 jaar hiv

'Je zult de 30 niet halen', zei mijn dokter

Ik heb een dikke stapel rouwkaarten van alle vrienden en bekenden die zijn overleden aan aids in de jaren '80 en '90. Ik heb ze allemaal bewaard. Op een gegeven moment werd ik uitgenodigd voor zoveel begrafenissen dat ik moest gaan kiezen: deze wel, die niet.

"Zeg het tegen niemand"
Zelf hoorde ik in 1984 dat ik positief was. 'Zeg het tegen niemand', waarschuwde een verpleegkundige bij de GGD me. Ze vertelde dat in Amerika aidspatiënten alleen en geïsoleerd stierven omdat niemand bij hen in de buurt durfde te komen. Maar al vrij snel stond ik met m'n kop op de voorkant van een of ander blaadje waarin ik m'n hele verhaal vertelde. Vanaf dat moment ben ik ervan uitgegaan dat iedereen wel wist dat ik positief ben.

Condooms 
Het deed me aanvankelijk niet zo veel dat ik het virus had. Omdat ik me prima voelde en dacht dat ik waarschijnlijk niet ziek wou worden. Er was in die tijd nog niet veel bekend over hiv en aids. Werd het overgebracht via speeksel, of zweet, of via voedsel? Condooms daar deed niemand aan. Het werd gezien als een aanval op de nog maar net verworven seksuele vrijheid van homo's toen men het gebruik van condooms begon te promoten.

Diagnose aids
Pas toen later een arts me vertelde dat het tot tien jaar kon duren voordat je aids krijgt, kwam het bij me binnen. 'Je zult de 30 niet halen', zei mijn dokter. Tien jaar nadat ik positief testte, kreeg ik de diagnose aids. De meeste patiënten overleden binnen veertien maanden na de diagnose. Om me heen zag ik mensen ziek worden en doodgaan. Schrijnende situaties. Ook mijn partner overleed aan de gevolgen van aids. Tegelijk voelde je een soort saamhorigheid onder jongens en mannen die het hadden. Op de hiv-afdeling van het AMC hing een bijzondere sfeer. Je mocht er gewoon roken en drinken, bezoekers kwamen en gingen wanneer ze zin hadden.

Ik runde twee kroegen met een compagnon. Maar toen mijn partner zo ziek werd en ik zelf ook achteruit ging, werd het te zwaar om dat voort te zetten. Ik moest ze van de hand doen. Niet lang daarna stierf mijn vriend.

Mijn afweer was op een gegeven moment gedaald tot twintig T-cellen. Een gezonde afweer telt tussen de vijfhonderd en vijftienhonderd T-cellen. Net op dat moment kwam de combinatietherapie beschikbaar. Doodziek werd je ervan: diarree en andere narigheid. Maar het werkte wel, ik werd weer opgelapt.

Pluk de dag
Hiv speelt nu als zodanig geen rol meer in mijn leven. M'n gezondheid is broos, en de gevolgen daarvan vragen mijn aandacht. Vijf jaar geleden kreeg ik longkanker waarvoor ik bestraald ben, en afgelopen kerst ben ik weer bestraald voor een andere tumor op mijn long. En vanwege een aandoening aan m'n aderen zijn mijn benen geamputeerd. Ik zit dus in een rolstoel. Vervelend, maar ook daarmee leer je leven. Of m'n gezondheid het resultaat is van de schade die hiv heeft aangericht in m'n lijf of leeftijd gerelateerd is dat weet ik niet. Met die vraag hou ik me niet bezig. Ik heb inmiddels zo vaak gehoord dat ik niet lang meer heb dat ik gewend ben geraakt aan het idee. Ik pluk de dag en maak er het beste van.